Alleen de duivel heeft een plan | Het schokkende gebrek aan afstand tussen comic relief en drama

Ik ben nu niet kwaad meer. De woede is al lang geluwd, en toen die storm ging liggen kon ik Alleen de duivel afwerken: niet meer gedreven door emotie, maar methodisch, met de technieken van een schrijver.
Helemaal op het laatst voegde ik nog twee personages toe aan het boek. De boezemvrienden Khalid en Khaled hebben met woede niets te maken. Vermoedelijk ligt het eraan dat ze pas laat aan de plot werden toegevoegd, op een moment dat ik mijn woede al grotendeels geloosd had. Als ik de hoofdstukken waarin zij optreden herlees, ervaar ik een heel andere emotie: medelijden.
Khalid en Khaled zijn twee twintigers die hun weg zoeken in het leven. Ze hebben een idee voor een bedrijf, maar geen geld om het op te starten. Dus voeren ze klusjes uit, nu eens voor de ene partij, dan weer voor de andere, maar altijd in de Antwerpse drugwereld. Het lijkt hen zelfs niet op te vallen dat ze zich daarmee in een mijnenveld begeven.

Clowns
Eerst traden Khalid en Khaled maar in één hoofdstuk op. Maar dat voelde niet juist, ze verdienden meer. Ik was vastbesloten om hen meer ruimte te geven, ook al moest ik daarvoor andere personages schrappen en situaties in een andere plooi leggen.
Zonder verwaand te willen doen: Khalid en Khaled zijn mijn Rosenkrantz en Guildenstern, twee nevenpersonages in Shakespeare’s Hamlet. Zowat alle personages in dat toneelstuk spelen hoog spel: iedereen vecht voor zijn overleven, en onder de slachtoffers zijn er ook enkele onschuldigen. Heavy stuff, maar Rosenkrantz en Guildenstern hebben er niets mee te maken. Zij zijn oude vrienden van prins Hamlet en worden naar het paleis in Elsinore geroepen om uit te zoeken waarom de prins zich de laatste tijd zo vreemd gedraagt.
Helaas, als spionnen zijn de twee geen knip voor de neus waard. Hamlet doorziet hen meteen, verwaardigt zich zelfs niet om hen hun trouweloosheid te verwijten en maakt hen voortdurend belachelijk. Later worden ze naar hun dood gedreven op de meest achteloze, vernederende manier. Rosenkrantz en Guildenstern zijn stomweg in een veel te hoge league beland: ze kunnen niet anders dan verliezen. Hetzelfde geldt voor mijn Khalid en Khaled. Beide personage-duo’s beginnen als comic relief en eindigen als tragedie.
Bij Khalid en Khaled speelt ook weer die fragiele mannelijkheid: vooral Khaled is ervan overtuigd dat ze alleen vooruit zullen komen in het leven door onverantwoorde risico’s te nemen. Khalid probeert die impuls te beteugelen, maar hoe verzet je je tegen de dromen van je beste vriend?

Speelballen
Misschien heeft Khaled ook gewoon gelijk, dacht ik bij het lezen van de drukproeven. Khalid en hij zijn allebei jong en laag opgeleid. Werkloos en permanent verveeld dwalen ze door een stad waar inwoners van Arabische origine nog altijd veel afkeurende en wantrouwige blikken moeten incasseren. Hoe zouden die twee ooit hun dromen kunnen waarmaken?
Als ik hen langer gevolgd had, zouden ze misschien hun toevlucht genomen hebben tot religie: ook een werkloze man kan respect verwerven door een goede gelovige te zijn. Maar religie boeit me niet zo, dus zover kwam het niet. Het is ook denkbaar dat mettertijd hun stuurloosheid een agressief element zou verwerven: geweld, als een chemisch element verhit en tot ontbranding gebracht door a lack of self-esteem.
Welk concept van mannelijkheid had mijn tragische clowns kunnen redden? Misschien het besluit om te vertrekken? Ze hadden de malle hoed van de ontdekkingsreiziger kunnen opzetten en de wereld intrekken, precies zoals in veel mythologische verhalen de held de wereld ingestuurd wordt en pas naar huis mag terugkeren als hij kan pronken met een dood monster, een bruid of een andere trofee.

Helden
Mijn hart gaat uit naar Khalid en Khaled, dat zei ik al. Ik zou die twee graag iets gunnen – bijvoorbeeld, het statuut van held. Maar kan iemand tegelijk speelbal van het lot én held zijn? Kan je een held zijn als je het onderspit delft zonder te weten waar je de foute afslag nam? Geen succes én geen inzicht? Klinkt niet als een eclatante triomf.
Maar er bestaat wel zoiets als de held van de revolutie: die ene rebel die wordt gedood of die zich opoffert, nét voordat zijn medestanders de overwinning behalen. Dergelijke helden gaan de geschiedenis is. Spartacus, William Wallace, Toussaint Louverture: ze worden niet vergeten. Net zomin als Mohamed Bouazizi, de Tunesische straatverkoper die zichzelf in brand stak uit protest tegen corruptie en daarmee de Arabische Lente op gang bracht. Ook wie sterft kan in de herinnering achterblijven als held.
(Al is het een heel dubieuze vorm van heldendom en van mannelijkheid. Ivan Jablonka identificeert het in zijn boek Mannen die deugen als de ‘mannelijkheid van zelfopoffering’, één van de vier grote concepten van mannelijkheid door de geschiedenis heen. Hij heeft er weinig positiefs over te zeggen.)
Hoe graag ik het ook anders zou zien, ik kan van Khalid en Khaled geen helden maken. Daarvoor laten ze zich te veel leiden door andermans idee over wat mannelijkheid betekent: professioneel succes als identiteit, onverantwoorde risico’s als de weg naar de top.
Toen ik voor deze reeks over The real cool killers schreef en het idee van het kompas formuleerde, begreep ik opeens waarom ze wel dramatisch aan hun einde móesten komen: Khalid en Khaled conformeerden zich aan de ideeën van de kudde. Ze hadden (nog) geen eigen kompas: dat was hun fatale fout.
Hadden ze maar ‘Held in hoofdstukken’ moeten volgen.

Zo. Einde van de schaamteloze zelfpromotie. In de volgende aflevering weer échte literatuur.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
De eerste roman ever over hangjongeren

Mark Cloostermans

 

Linkje toevoegen naar afl. 5.

 

Linkje toevoegen naar afl. 24.

 

Linkje leggen naar afl. 22.