Man maakt stuk | Vanuit de marge

De hoofdpersoon van Man schrijft stuk is homoseksueel, vermeldde ik al in de eerste aflevering over deze roman. En misschien dachten enkele lezers toen: ‘Ging deze reeks niet over mannelijkheid? Wat kunnen flikkers ons daar nu over leren?’ Niet elk lezer hoeft ruimdenkend te zijn.
Ik ga echt niet opzettelijk op zoek naar LGBTQA+-personages. Het is gewoon zo dat boeken die het thema mannelijkheid aansnijden meestal gebruikmaken van “vergelijkingsmateriaal”: je ziet makkelijker wat een man is door de ogen van een vrouw in mannenkleren (Monsieur Hawarden), een man die opgewonden raakt van hangjongeren (Man maakt stuk) of een schrijver uit de LGBTQA+-gemeenschap (Edouard Louis, over wie ik heel gauw ga schrijven). Alleen mensen in de marge denken echt na over de gemeenschap waartoe ze niet behoren.

Hangjongeren onder de loep
Zo zit het ook bij Man maakt stuk: alleen een homoseksueel personage zou proberen te snappen waarom de hangjongeren hem zo genadeloos fascineren. Een heteroseksuele toeschouwer zou hen alleen maar irritant vinden, maar David zoomt in op werkelijk elk aspect van het groepje. Hun taal, hun onderlinge dynamiek, hun gespreksstof, hun kleding.
‘Het ging veelvuldig over hun fysiek,’ zegt hij over de gesprekken die hij wel moét afluisteren, ‘over hun armen, benen, borstspieren, en over hoe die wel of niet te trainen.’
Over hun taalgebruik: ‘Iedere zin was doorspekt met woorden als niffo, bro, broer of g, alsof ze constant moeite moesten doen om elkaars aandacht te trekken.’
Over het ondefinieerbare iets wat mensen in een boogje om de jongens heen doet lopen: ‘het is de levenskracht van anderen die we moeten vrezen.’
David wordt er zelfs een tikje jaloers van, want: waarom houdt híj zich altijd zo netjes gedeisd? ‘Ik wilde de hele buurt wakker neuken, eindelijk eens voor overlast zorgen. En dan ook nog op een manier die onbetwistbaar hinderlijk was.’
Dat is volgens mij zelfs de kern van deze roman. Het stond al in andere bewoordingen op de vierde pagina, helemaal voorin dus: ‘Niemand leert je hoe bezit te nemen van een ruimte, een plek. Dat heb je, of dat heb je niet.’

De ruimte van het patriarchaat
In Mannen die deugen. Op zoek naar een nieuwe vorm van mannelijkheid geeft historicus Ivan Jablonka een beknopte, heel rake beschrijving van de relatie tussen patriarchaat en vrouwen: ‘De patriarchale samenleving doet elke vrouw (…) een voorstel, dat gepaard gaat met een geheel aan dwangmiddelen en beloningen, mits ze bereid is tot aanpassing aan het systeem. Mannelijke bescherming in ruil voor vrouwelijke gehoorzaamheid, dat is de filosofie achter dit voorstel’, dat je terugvindt in zulke uiteenlopende boekwerken als de Bijbel, de Koran en het burgerlijk wetboek van Napoleon. De vrouw krijgt een ondergeschikte rol en de man ervaart van de weeromstuit meer ‘zelfvertrouwen, een gevoel van aangeboren legitieme aanspraken, een superioriteitscomplex.’
Man maakt stuk vertaalt de theorie perfect naar de praktijk: de hangjongeren op het plein onder Davids flat vragen zich geen seconde af of ze wel het recht hebben om die ruimte in te nemen, met hun rumoer de aandacht op te eisen, enzovoort. Zich doen opmerken in de publieke ruimte is voor hen gewoon één van die ‘aangeboren legitieme aanspraken’ waarover Jablonka schrijft. Hij geeft trouwens zelf nog enkele treffende praktijkvoorbeelden: door de geschiedenis heen werden rites de passages, de initiatierituelen die een jongen veranderden in een man, altijd georganiseerd in de publieke ruimte. Jablonka noemt deze gedragingen uitingen van ‘pronkende mannelijkheid’, je doen gelden door ‘vertoon van kracht, begeerte, moed of vrijgevigheid: opschepperij, hard praten, alles tot de laatste cent uitgeven, altijd bereid zijn om te vechten, roekeloze waaghalzerij om te laten blijken uit welk hout men gesneden is’.
Wat de openbare ruimte betreft, ziet Jablonka een rol weggelegd voor de overheid. Speelpleinen, bijvoorbeeld, zouden ‘geschikt gemaakt [moeten worden] voor allerlei soorten activiteit, niet uitsluitend voor voetbal.’ Helaas, ook vandaag nog ‘zijn de meeste speelpleinen en sportterreinen afgestemd op de behoeften van jongens. Sommige gemeentebesturen snijden die voorzieningen zelfs opzettelijk toe op jongens, om kleine criminaliteit en zomervandalisme tegen te gaan.’

Buitensporig zelfvertrouwen
Maurits de Bruijn doet in Man maakt stuk zijn uiterste best om kritiek op en een oordeel over mannelijkheid zo lang mogelijk uit te stellen. Denken we terug aan de opmerking van Davids vriendin Sophie. Het is mogelijk dat ze gelijk heeft en dat de hangjongens inderdaad geen andere plek hebben om elkaar op te zoeken. Zijn ze economisch gemarginaliseerd? Opnieuw: het is best mogelijk. Maar David bereikt de conclusie dat die arme jongens minstens één privilege bezitten: ze hebben de zekerheid van de heteroman dat ze plaats mogen innemen, altijd, overal.
‘Als we het over heteromannen hebben,’ analyseert hij, ‘dan hebben we het vaak over een teveel, over hun buitensporige zelfvertrouwen, geldingsdrang, ego. Maar we zouden het over een gebrek moeten hebben. De mannen die wij te veel vinden zijn simpelweg nooit berispt, nooit kort gehouden, nooit gemarginaliseerd. Hun zelfvertrouwen, hun baardgroei en hun stem hebben generaties lang de vrije loop gehad, mochten woekeren. Wat als wij – de rest van de wereld – nooit commentaar hadden gekregen, zouden we dan ook zo walgelijk zijn geworden?’
Ik ga er van uit dat De Bruijn dat woordje ‘walgelijk’ tongue-in-cheek bedoelt. Maar zijn punt blijft hetzelfde en even sterk: 21ste-eeuwse mannen nemen ruimte in alsof ze zich nog steeds een jachtgebied toe-eigenen, of een territorium afbakenen.
Er loopt een rechte lijn van deze tongue-in-cheek-roman over hangjongeren naar autocratische regimes die vrouwen alleen op straat dulden als ze in het gezelschap van een man verkeren. Een tweede rechte lijn loopt van Man maakt stuk naar de vrouw die op straat wordt lastiggevallen door agressief flirtende mannen. Of die wordt overweldigd en seksueel misbruikt. Waarom zou dat niet immers niet toegestaan zijn? Ze begaf zich toch op het grondgebied/territorrium/jachtterein van de man?

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Een fenomenale kont
(Man maakt stuk, Maurits de Bruijn, 3/4)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.