Het banale wordt verheven

In zijn nieuwe roman, Duizend meter, doet Christophe Van Gerrewey wat hij ook in eerdere romans deed: hij richt zich op een aspect van de werkelijkheid en probeert dat zo goed mogelijk te observeren, analyseren en beschrijven. Zo krijgt het alledaagse een gestructureerde, betekenisvolle en intellectuele vorm. In zijn debuutroman Op de hoogte (2012) ontleedde hij een relatie, in Trein met vertraging (2013) beschreef hij de ervaringen van treinreizigers in een stilgevallen trein, in Werk, werk, werk (2017) was hij kritisch ten aanzien van de hedendaagse invulling van werk en nu omcirkelt hij iets heel banaals: zwemmen.

Van Gerrewey schrijft over een architect die beslist om elke dag duizend meter te gaan zwemmen. Hij had andere activiteiten geprobeerd die hem echter al gauw gingen vervelen: fietsen, een dagboek bijhouden, puzzels leggen, zelfs yoga. Een aanleiding was een professionele tegenslag: zijn architectenbureau had een wedstrijd gewonnen om een museum voor hedendaagse kunst te bouwen, maar onverwacht en na het doorlopen van alle procedures werd het ontwerp toch nog geweigerd. Het voelt als een persoonlijke mislukking. Hij zwemt dus achter zijn eigenwaarde aan. Als het grotere doel niet haalbaar is, moet een behapbaar doel worden gezocht. Het motto van Susan Sontag moet in dat licht worden gelezen:

The great miracles of change are attained by the contracting of one’s ambitions.

Hierin kan ook een subtiele maatschappijkritiek worden gelezen: de keuze voor een behapbaar en meetbaar doel kan worden opgevat als een kritiek op het neoliberale denken, een thema dat ook in Werk, werk, werk aan de orde kwam.

Het zwemmen doet hij niet voor zijn lichamelijk of psychisch welzijn. En al zeker niet als een modieuze manier om aan persoonlijke zelfontwikkeling te doen. Het gaat eerder om een regelmaat met eigen wetmatigheden die soms zelfs plezier en voldoening oplevert. Hoewel hij de baantjes telt om zijn hoofd uitsluitend met mathematische elementen te vullen, gaan er wel degelijk allerlei gedachten door zijn hoofd. Hij denkt aan welke vijanden hij op welke wijze zou willen vermoorden, aan zijn vrouw en kind, aan vroeger, aan zijn werk. Ondertussen observeert hij ook: een huilend kind, de architectuur van de zwembaden, de andere zwemmers. Voor lezers die al eens zwemmen is natuurlijk veel herkenbaar: de irritatie over het niet naleven van zwembadetiquette bij het voorbijzwemmen of plaatsmaken, de verwarring over de banen voor trage en snelle zwemmers, de trap van een andere zwemmer tegen het eigen lichaam, het onbegrijpelijke fenomeen van de zwemmers die niet zwemmen maar aan de rand van het zwembad oeverloze conversaties voeren.

De romans van Van Gerrewey zijn afzonderlijk te lezen maar vormen wel degelijk een samenhangend geheel. De auteur heeft een geheel eigen toon ontwikkeld en benadert zijn onderwerpen op eenzelfde manier. De schrijfstijl is helder en exact, soms droog en essayistisch. Er staan passages in de roman die ook in non-fictie een plaats kunnen hebben:

De op hol geslagen eisen van het individu maken conventies in het water onmogelijk, en niemand lijkt zich nog weloverwogen te willen verzetten tegen de eenzijdige gerichtheid op de eigen zwembeurt.

Er spreekt een ernst uit zijn teksten, die ze juist daardoor soms ook komisch maken. Van Gerrewey schrijft geen traditioneel verhaal met plot, spanningsboog, psychologische duiding of historisch kader. Het zwemmen in Duizend meter is een heel gewone bezigheid die door de taal en het analytisch vermogen van Van Gerrewey uitgroeit tot een intellectueel bouwwerk. Hij ontleedt gedachten, gevoelens en situaties: hij formuleert, nuanceert, corrigeert en herhaalt met andere woorden. Die manier van kijken maakt het banale niet meer banaal maar verheven. In Duizend meter neemt Van Gerrewey voor het eerst een lichamelijke activiteit als uitgangspunt. Daarbij wordt soms ook naar andere auteurs geknipoogd: Jeroen Brouwers, Georges Perec, Jean-Paul Sartre. Van Gerrewey toont zich daarmee niet alleen in zijn stukken over architectuur en literatuur, maar ook in zijn romans als een uitgesproken intellectuele schrijver.

Kris Velter

Christophe Van Gerrewey – Duizend meter. Tristan, Antwerpen. 176 blz. € 24,99.