Liefde vreet aan je

Je zou bij de titel van de nieuwste Detlev Van Heest, Dit was het, kunnen denken dat het hier een slotstuk betreft van een oeuvre. Een schrijver die nog eenmaal de zeven decennia van zijn leven doorploegt in de hoop zin te geven aan het geheel. Van Heest maakt gebruik van zijn oude dagboekaantekeningen, waarin hij frank en vrij, zonder iemand te sparen kond heeft gedaan van de dagelijkse beslommeringen. Een beetje à la Karl Ove Knausgård die in zijn Mein Kamp serie pretendeerde alles maar dan ook alles precies naar waarheid te noteren. Een farce natuurlijk, zo werkt literatuur niet.

Het personage Van Heest, Heesto-san in Japan, spartelt naar eigen zeggen in zijn oude teksten, geeft commentaar, zal ze op zeker ook hebben aangelengd, versterkt of verzwakt. En juist dat maakt deze vorm zo interessant. Dagboeken die voor de meest waarachtige fictie zorgen. Denk aan Gerbrand Bakker die vrijwel volledig is overgestapt op de dagboekvorm middels een aantal delen Privé-domein. Werken die nog intenser zijn dan zijn romans door de grote kwetsbaarheid.

De dagboeken ook als geheugensteun, als discussiemateriaal.

Het verleden spookt door mijn hoofd. Zaken die vergeten zijn, leven op, zaken die ik me herinner, herinner ik me compleet verkeerd. Gevoelens die allang verdwenen zijn, komen terug. Geroerd en soms ook bedroefd kijk ik naar mijn leven van toen. Ik kan me weer voorstellen dat ik met mijn eerste liefde ook gelukkig was (ik lees het immers in mijn dagboek van toen), maar het doet pijn om zo precies terug te kijken. […] In een hoofd verdichten zich gebeurtenissen en beslissingen tot een geheugenknoedel, in mijn hoofd althans.

In die zin is Dit was het een roman. Een analyse van de liefde vóór de grote liefde. De vrouw die de mens, de schrijver en het personage Van Heest binnen de grenzen heeft weten te houden. Als een barrage in afwachting van de enige echte ware. ‘Je blijkt nog van je eerste liefde te houden als je in oude teksten leest hoe ze je tientallen jaren in de luwte hield en ervoor zorgde dat je je verstand niet verloor.’

Had ik je maar eerder ontmoet. Een verzuchting die oprechte geliefden wel vaker bezigen, maar Van Heest maakt met Dit was het duidelijk dat er geen andere route is, dat er geen andere weg ingeslagen had kunnen worden. Hij oppert wel dat het leven dragelijker was geweest als hij had geweten dat hij ooit ‘de grote liefde’ zou vinden. Tja, als we alles van tevoren weten. Aan de andere kant gaat dan de jeu er wel af. En zouden we verstoken zijn gebleven van de door Van Heest met veel zelfspot geschreven bespiegelingen van het dagelijkse leven, van de sleur, van het samenleven met iemand die een onbedwingbare drang heeft om te schrijven, om vast te leggen, die het niet kan verdragen om iets onaf achter te laten, bang als hij, een stuk ouder, is voor de dood, voor keuzemomenten. O, hoe herkenbaar.

Zelfs als er een tijdmachine bestaat, zoals er tegenwoordig geavanceerde aspergeschilmachines bestaan, dan zou Mirjam in mijn jongere ik niet haar grote liefde herkennen. Toen ik twintig was moest ik nog vijf centimeter groeien. Toen in drieëntwintig was kreeg ik mijn puisten pas. […] Tot ik een jaar of vijfentwintig kwam er geen zinnig woord uit mijn mond. Tot mijn dertigste was ik druk, luid, brutaal, flauw, eigengereid, asociaal, een schreeuwer (ik ben dat allemaal nog steeds, maar dan met een demper in mijn mond).

We volgen Detlev en Annelotte in Japan, bij de vruchteloze pogingen in een IVF-kliniek, bij perikelen met schoonouders, vakanties op een door stevige aardschokken geplaagd eiland, bij een verhuizing naar Nieuw-Zeeland, bij latere voorzichtige, toevallige, ongemakkelijke ontmoetingen. Niets schokkend zou men denken, maar je blijft aan de tekst gekluisterd. Door de soepele stijl, door de intelligente geestigheid, door het spiegelgevecht, door de filter die het op je eigen leven legt.

Annelotte is een sterke sparringpartner, deelt rake klappen uit. ‘Haar strikvragen zijn geniaal van eenvoud.’ ‘Haar cynisme is zo goed verpakt in redelijkheid dat ik er razend om kan worden.’ Tegelijkertijd beseft de schrijver in retrospectief dat Annelotte niet de oersterke vrouw was waar hij haar in haar donkerste dagen (de mislukte IVF-pogingen) voor hield. Hij kon zijn liefde niet overbrengen door tot het uiterste te relativeren. ‘De eerste liefde is mooi – en gruwelijk.’ (Op het voorplat staat de jonge Levje met zijn ‘echte’ eerste liefde, de foxterriër gladhaar Peggy.)

Zo af en toe laat Van Heest iets los over zijn Duitse moeder, een moeder die in 1952 zelf een dagboek begon toen ze met de vader van de schrijver naar Indonesië vertrok. Hij heeft het vastleggen dus niet van een vreemde. Omdat in zijn jeugd zijn moeder thuis Duits met hem sprak, hij vaak naar familie in Hamburg werd gestuurd, was er altijd gedonder met het Nederlands. Daar is in de taal, de stijl in Dit was het niets van te merken. Ook dit element buit Van Heest mooi uit. Als Goethe niet in Duitsland maar in pakweg Den Haag was geboren zouden zijn Vuist I en II vast niet meer worden gelezen. ‘Het Nederlands is niet angstwekkend genoeg.’

Waarde Detlev van Heest, blijf op deze wijze schrijven en publiceren. Al is daar denkelijk geen aansporing voor nodig.

Als ik eenmaal schrijf bestaat er geen uitstel, dan moet alles onverwijld opgeschreven worden. Zolang ik denken kan, ben ik bang dat ik halverwege een zin in elkaar zal storten. Dat ik mijn laatste woorden niet af kan maken. Het is een neurotische vrees om iets onaf achter te laten, hoe klein en onbeduidend ik en mijn woorden ook zijn.

De mens die denkt het lot en de dood te kunnen tarten. Als bonus krijgen we nog een stuk achtergrondgeschiedenis van de Duitse familie van Detlev. ‘Omdat ik mezelf verfoei is het nagenoeg onmogelijk om van mijn bloedverwanten te houden. […] waarmee ik hen groot onrecht doe, ik weet het.’ Nadenkend over die vraag spit Van Heest nog wat rond in zijn vroegere geschriften. Het boek waaiert hier wel wat uit, ineens komt daar Gaza aan bod, het oorlogsverleden van een Duitse oom, van opa, het jeugdige activistenleven van Mirjam en wijlen haar man, de interesse van de BVD voor zijn vader.

‘Er zit geen lijn in mijn leven, denken en schrijven.’ Ergens past het toch wel allemaal. ‘Liefde vreet aan je.’

Guus Bauer

Detlev van Heest – Dit was het. Van Oorschot, Amsterdam. 236 blz. € 23,99.

Eerder verscheen deze recensie van Dit was het op Tzum