Verborgen boodschappen

De titel Houvastvergankelijkheidsleer is niet fraai, maar geeft goed aan waar de bundel over gaat. De dichter Jan Baeke streeft niet naar ‘mooie’ gedichten. Hij onderzoekt met taal zijn waarnemingen van de wereld en zichzelf.

We zoeken naar houvast, terwijl we weten dat alles vergankelijk is. Misschien kunnen we enig houvast vinden in dat besef. Het begint met ‘Paradigma’, ‘In theorie’, 8 notities. Ze zijn genummerd en op datum gesteld en blijkens de niet opgenomen nummers zijn veel notities niet opgenomen door de dichter of misschien zelfs weggegooid. Waren ze te anecdotisch? Jan Baeke is een strenge dichter, niet in het minst voor zichzelf.

Een paradigma is een verzameling gegevens binnen een bepaalde theorie, die geldt zolang de uitkomsten valide zijn of lijken. Je gaat over naar een ander paradigma als de theorie niet meer bevredigend is of schijnt. Neem de eerste notitie, 14 mei, notitie 12. Er zijn kennelijk al elf voorafgegaan. Er staan palmen voor de ramen. Je kunt volgen hoe ze groeien en hoe ze langzamerhand de blik naar buiten laten afnemen. Je kunt er tabellen van gaan aanleggen, vooral in gematigde gebieden. Het kan je op ideeën brengen. Zonder het bijhouden van die groei van de palmen wordt het moeilijk het voorbijgaan van de dingen waar te nemen en te boekstaven. Je kunt andere planten hierin betrekken. Kloppen je aantekeningen? Zo niet, begin opnieuw.

Palmen, tabellen, ideeën.

Palmen.
Om de groei te zoeken, kijken
waar het blad de tuin verduistert.

Tabellen.
In de tropen zijn de tabellen hulpeloos.

Ideeën.
Ik had het zonder palmen geprobeerd
voor Sara Lisa, voor ik winter werd.

Ideeën.
Als alle andere planten meetellen.
Overdoen wat niet klopt.

Opmerkelijk is de personificatie in de regel ‘In de tropen zijn de tabellen hulpeloos.’ Je zou verwachten dat de tabellen niet helpen. Het lijkt nu of de dichter zich identificeert met de tabellen. Ze maken deel van hem uit. De dichter wil wetenschappelijk te werk gaan, maar hij laat ruimte voor onbegrijpelijkheden, open plekken die misschien ooit of nooit opgevuld kunnen worden.

In de volgende notitie ’23 mei, notitie 3’ wordt de boom als leerling voorgesteld: ‘Eén. Nog niets hebben de foto’s in zich / van wat doorgroeit in de laborant / in de amandelbomen / in het touw.’

Volgens de ‘Verantwoording’ is het gedicht ‘In theorie’ in een Engelse vertaling opgenomen in een installatie ‘Essential Tagge’. Wie dit opzoekt op internet, vindt onder andere de volgende tekst:

Groei is een beweging
Groei zoekt niks in de palmen en alles in de groei.
Groei is vitaal, is feitelijk.
We hebben nu al besloten dat we niet veel verder komen.
(…)
Juist dan leunt Sara Lisa tegen de deur, steunt haar linkerarm bij de elleboog met haar rechterhand, kijkt naar het bed, zegt tegen mij “ook wat niemand wil geloven is een wonder, klootzak.”

Kun je de notities lezen als een metafoor voor de verandering in een relatie? Een laborant analyseert de situatie, maar maakt in dit geval deel uit van het proces: ‘van wat doorgroeit in de laborant.’
‘Tien. Corrigeren voor de palmen. / Uit liefde? / Uit wanhoop?’
Er gaan dagen en notities overheen. De volgende is van 8 juni, notitie 32: ‘Moeite om te denken / bij de afwezige wind in de palmen. // Als de windstilte over de middag schuift / en jouw lippen evenmin lucht verplaatsen.’
Op 14 juli, notitie 2b, worden de tabellen weer gepersonifieerd: ze zijn ‘ondraaglijk eenzaam’. In de laatste notitie, we zijn ruim twee maanden verder, schrijft de laborant: ‘Ik denk heel vaak aan gevoelens. / Gevoelens vullen mijn leven, zoals de wind boomgaarden / kniehoog gras en oprispingen.’ Hoe cryptisch de laborant ook is, hij is ook dichter. ‘Alle dingen hebben het natuurlijk over zichzelf. / De namen die zich vertakken / kennen andere referenties.’

In de volgende afdeling richt de dichter zich op de wereld. ‘De wereld is het geval’. Daar doet de dichter uitspraken met een politieke boodschap: ‘Over de aard van het buitenland kunnen we kort zijn, niet over / het onbegrip dat daar bestaat.’ Er is scherpe kritiek, humoristisch geformuleerd, te vinden.

In een gedicht over de wandelingen van Fontane, de schrijver van Effi Briest, die in zijn jonge jaren radicaal-democraat was – later werd hij bekend als realist/naturalist – is Baeke verrassend vertellend. Het gedicht heet ‘Analogie’ en daarin staat de volgende strofe:

Jaren geleden was het dat ik steeds
aan hem moest denken, aan zijn geschiedenis
zoals ik die met jou had verzonnen
zoals we ook elkaar hadden verzonnen
dat slimme gebruik van de doorvoelde theorie

In ‘Eenvoudig beginnen’ is de ik behoorlijk in de war. Hij koopt een stukje vlees en denkt na over hoe alleen hij is en hoe hij nu zelf het vlees moet braden. Hij praat tegen het vlees en zegt: ‘Ergens in dit mooie tafereel zit een betekenis // die ik graag zou uitzoeken met de hulp van mijn vrouw / als zij weer opduikt of thuiskomt.’

Volgens een bevriende prior van een klooster, dat van de Heilige Geest, zijn er verborgen boodschappen te vinden in het hart. Savonarola wees er op dat je God moet zoeken in je hart. Later begrepen de mensen dat het hart een pomp is om het bloed rond te pompen, maar ook nu nog zijn er wetenschappers die beweren dat het hart meer is dan een soort machine. Je kunt door liefdesverdriet een hartverlamming krijgen.

Nu heb ik nog maar 2 van de 6 afdelingen goed gelezen en misschien verkeerd begrepen. Achterin de bundel staat een index met een alfabetische opsomming van abstracte begrippen als aanvaarding , allegorie, analogie, argument, begrip, bewijs etc. Achter elk begrip de cijfers van de bladzijden waar de lezer de begrippen terug kan vinden. Een plagerig hulpmiddel bij het lezen? Onder het begrip relatie vinden we het gedicht ‘Het grootste gelijk’, waarin ruzie en verwijdering aan de orde komen. Ik leg de bundel op een tafel met nog te lezen boeken. Jan Baeke is een belangrijke dichter; zijn gedichten verdienen herhaalde lezing.

Remco Ekkers

Jan Baeke – Houvastvergankelijkheidsleer. De Bezige Bij, Amsterdam. 80 blz. € 19,99.