Recensie: László Krasznahorkai – Afscheid van Zsömle
Koning van Hongarije
‘Een kleinzoon van de kleinzoon van Dzjengis, Khan dat is wat ik eigenlijk ben, merkte hij op, (…).’ Hij, dat is ‘Oom’ Józsi Kada, 91 jaar oud, voormalig elektricien, die in een Hongaars dorp woont, alleen met zijn oude hond Zsömle. Hij leeft van een armzalig pensioentje, terwijl hij toch bewezen heeft een nazaat van de middeleeuwse Árpád-dynastie te zijn en als zodanig de enig rechthebbende erfgenaam van de Hongaarse troon. Belachelijk? Alleen om omdat Hongarije al een eeuw een republiek is en voordien een Habsburgs koninkrijk was? Dan ken je de Hongaarse geschiedenis niet. Van een formele troonsafstand van de laatste Árpád is geen sprake geweest, noch van staatsrechtelijke legitimering van abdicaties en wisselingen van staatsvorm van Hongarije sindsdien. En die Habsburgers waren oplichters. Hem, Jószi Kada, komen kortom de Hongaarse troon, kroon en scepter toe en het is de hoogste tijd dat ze hem worden toegekend, aldus Oom Jószi tegen wie het maar horen wil, wijzend op de berg documenten die zijn claims zouden staven. Oom Jószi is afwisselend ik-figuur en derde persoon van Afscheid van Zsömle, roman uit 2024 van László Krasznahorkai, de Hongaarse nobelprijswinnaar voor literatuur 2025.
Fantasierijke claims als die van Oom Jószi willen in Hongarije nogal eens serieus worden genomen, omdat ze aansluiten bij een meer dan honderd jaar oude frustratie over het verlies van een derde deel van het grondgebied van het Hongarije van voor de Eerste Wereldoorlog. In rechts-radicale kringen wordt de Groot-Hongaarse gedachte ook anno nu gekoesterd en voor het standpunt dat zo’n Groot-Hongarije onverbrekelijk verbonden is met herstel van de Hongaarse monarchie, krijg je bij het reactionaire deel van die rechts-radicalen de handen op elkaar.
Afscheid van Zsömle roept associaties op met fenomenen als de soevereinen in Nederland, althans het deel daarvan dat met het oranje-blanje-bleu demonstreert, en met de Duitse Reichsbürgerbeweging, waarvan kortgeleden een handvol monarchistische radicalen werd gearresteerd. Tegen wil en dank wordt ook Oom Jószi het vereerde middelpunt van zo’n groep Hongaren. Ze komen regelmatig bij hem bezoek, drinken de koffie en de goedkope bocht uit grote mandflessen die hij schenkt en luisteren in amechtige bewondering naar zijn betogen over hoe Orban en andere recente machthebbers Hongarije naar de ratsmodee hebben geholpen, intussen nog te beroerd om hem een pensioen-extraatje toe te kennen.
Afscheid van Zsömle zou een komedie genoemd kunnen worden (het boek zit vol grappen), maar dan is de werkelijkheid waar de roman bij aanknoopt dat ook. Net als de Duitse en de Nederlandse werkelijkheid vliegt de Hongaarse romanwerkelijkheid uit de bocht als de waandenkers menen dat de tijd voor gewapenderhand ingrijpen nadert. Ter vergelijking denke men aan de soevereinen met hun receptuur voor ricinebereiding en aan de staatsgreepplannen en het wapenarsenaal van geradicaliseerde Reichsbürgers.
Wacht Oom Jószi de gevangenis? Hij heeft eigenlijk niks misdaan, en van wapenarsenalen en gewelddadige staatsgrepen moet hij, in tegenstelling tot een deel van zijn vaste bezoekers, niks hebben. Is hij desondanks een staatsgevaarlijk individu? Of een gek die in een gesloten inrichting thuishoort? Of zal hij al zijn uitzinnige claims inslikken als de staat zijn pensioentje ophoogt tot een niveau dat hem enige bestaanszekerheid biedt? Dat zijn vragen die ook opwellen in het hoofd van een van zijn regelmatige bezoekers, een zekere Krasnahorkai …
Afscheid van Szömle bestaat uit elf delen van elk ruim twintig bladzijden. Voor ‘delen’ kan ook ‘zinnen’ worden gelezen, want elk deel bestaat uit één zin. Dat doet denken aan Céline die, door … tussen de talloze bijzinnen te plaatsen, zijn parlando-achtige stijl directheid, vaart en melodie gaf. Krasnahorkai bereikt op zijn eigen wijze hetzelfde effect, vooral waar het dat parlando betreft. Als je onbekend bent met dergelijk stilistisch machtsvertoon – want dat vergt het -, zul je de eerste bladzijden enige moeite mee hebben met de tekst. Even doorbijten is de boodschap, want zodra je er greep op krijgt, heeft Krasnahorkai jou als lezer vast in zijn greep.
Hans van der Heijde
László Krasznahorkai – Afscheid van Zsömle. Vertaal door Mari Alföldy. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 256 blz. € 26,99.
