Ook genieën twijfelen

Ze werden verafgood, ze waren een religie, aldus John Lennon in de roman Lennon van David Foenkinos. De roman is een gefictionaliseerde autobiografie waarin Lennon in achttien sessies bij zijn therapeut vertelt over zijn bewogen leven.

De Franse schrijver David Foenkinos brak in 2009 door met de fijne roman La délicatesse (in de Nederlandse uitgave is de titel hetzelfde). In 2014 werd hij genomineerd voor de Prix Goncourt – Frankrijks belangrijkste literaire prijs – voor de roman Charlotte. Dit is een bijzonder boek over het leven van de joodse kunstenares Charlotte Salomon die in 1943 door de Nazi’s werd vermoord in Auschwitz. De vorm van deze roman is verwant aan die van het prozagedicht. Foenkinos vertelt met precisie en beheersing over het talent en het tragische leven van Charlotte Salomon. Nu heeft David Foenkinos wederom een roman geschreven over een bekende kunstenaar: John Lennon.

Lennon is een roman in de vorm van een gefictionaliseerde autobiografie, want John Lennon is de verteller die in monologen verhaalt over zijn leven, over zijn getroubleerde jeugd en over zijn succes, over zijn huwelijksproblemen met zijn eerste vrouw en over zijn relatie met Yoko Ono. Alles bespreekt de Lennon van Foenkinos in achttien sessies met zijn psychotherapeut in New York. Aan het begin van de roman is het 1975 en Lennon heeft net besloten om te stoppen als muzikant en te zorgen voor zijn pasgeboren zoon Sean.

Wat is waar in Lennon? Alles wat John Lennon in de roman zegt te hebben meegemaakt, is echt gebeurd schrijft Foenkinos in het nawoord. Maar de weergave van de feiten is niet historisch correct, want het is de interpretatie van Foenkinos, het is zíjn waarheid en niet de waarheid van John Lennon. Als Foenkinos niks heeft verzonnen, niet speelt met de feiten en trouw blijft aan de historische gebeurtenissen, waarom is Lennon dan literatuur? In Lennon maakt Foenkinos een personage van een mythische figuur, de halfgod Lennon (in 1966 zei hij dat The Beatles populairder zijn dan Jezus) wordt bij Foenkinos een mens; hij is in Lennon een ambigu wezen, typisch menselijk vanwege de worsteling tussen het rationele en het gevoel. Hij vindt zichzelf een genie, maar hij is ook kwetsbaar en onzeker. Genieën twijfelen ook.

De kiem van die onzekerheid ligt in zijn jeugd, een beslissende en traumatische periode voor Lennon. De Lennon op de sofa van zijn New Yorkse psychotherapeut vertelt er open en eerlijk over, hij vertelt over de schade die zijn ouders hem hebben berokkend en over de strikte opvoeding van zijn tante. De passages waarin Lennon vertelt over zijn jeugd, over de relatie met zijn moeder en over haar dood zijn de beste delen van de roman. Dan spreekt de kwetsbare mens Lennon, niet de onaantastbare beroemdheid.

In zijn jeugd werd hij vaak niet gezien en gehoord en dat heeft de gevoelige Lennon altijd met zich meegedragen. Alice in Wonderland was Lennons favoriete boek en vanwege het populaire boek van Lewis Carroll wilde hij ook schrijver worden. Hij zou uiteindelijk een boek met verhalen publiceren, maar het zwaartepunt van zijn schrijverschap bevat natuurlijk de liedteksten die hij schreef. De sensitieve Lennon kon ook hard zijn: het doel heiligde regelmatig de middelen. Vlak voor de grote doorbraak van The Beatles werd de drummer Pete Best vervangen door Ringo Starr. Pech voor Pete, maar het moest, Ringo was beter.

Lennon praat zonder iets te verhullen over zijn relatie met Yoko Ono, over zijn gevoelens voor haar en over de affaire die hij had met een andere vrouw. Hij spreekt ook over zijn eenzaamheid: ‘Ik kom voort uit eenzaamheid. Mensen denken dat je moet lezen, schrijven en observeren om een kunstenaar te zijn. Niets van dat alles. Mijn verbeeldingskracht vindt haar oorsprong in het niets. Kunstenaars komen voort uit leegte.’ Later zegt Lennon dat het lijden noodzakelijk was, dat het verbonden was met zijn genie. Het is jammer dat Foenkinos dit romantische cliché opvoert, ook als Lennon het echt heeft gezegd, want een goede roman strijdt altijd tegen clichés.

Soms gaat Lennon wel erg snel, dan beschrijft hij bepaalde episodes summier, maar hij heeft dan ook veel meegemaakt. Zo zegt hij in de afsluitende sessie: ‘Ik heb het gevoel dat ik duizend jaar geleefd heb.’ En regelmatig doet Lennon wat te vaak zielig over zijn roem, het succes is zo groot dat we medelijden moeten hebben. Toch is de Lennon van Foenkinos onderhoudend, hij is een fijne verteller die de groteske gebeurtenissen van de Beatlemania kleurrijk vertelt. Lennon is niet van hetzelfde hoge niveau als Foenkinos’ beste werk Charlotte en La délicatesse. Het is wel een bijzonder vermakelijke roman.

Koen Schouwenburg

David Foenkinos – Lennon. Vertaald door Carlijn Brouwer. Cossee, Amsterdam. 204 blz. € 20,99.

Deze recensie verscheen eerder in Friesch Dagblad van 22-11-2019

.

0

Reacties