Het onregelmatig verschijnende boekenrubriekje van de bijschnabbelende tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk in de Volkskrant is deze keer gehalveerd. In plaats van een hele pagina, neemt de rubriek nog slechts een halve pagina in. Het aantal woorden dat Van Nieuwkerk mag schrijven is het hetzelfde gebleven, alleen de bijbehorende tekening die hiervoor steeds de bovenste helft van de pagina innam is drastisch verkleind.

Özcan Akyol werd beroemd dankzij DWDD. De afgelopen week was Van Nieuwkerk te gast in het tv-programma De Geknipte Gast van Akyol. Tv is op zijn best als het onderwerp tv is. In De Geknipte Gast liet Van Nieuwkerk weten dat hij zijn tijd niet wil verkwisten aan zaken die hij niet goed vindt. Zijn boekenrubriek was alleen maar bedoeld om te enthousiasmeren.

Deze week steekt Van Nieuwkerk een veer in de reet van Heleen van Royen naar aanleiding van haar nieuwe boek Moeder, dochter, minnares. De bescheidenheid waarmee Van Royen haar boek opent, zint Van Nieuwkerk niet zo.

Is het – in godsnaam dan maar – een uitgestoken hand naar die vermaledijde boekenwegers? Het gilde dat haar tot nu toe de ijskoude schouder toekeerde? Ik moet bij die gedachte onwillekeurig denken aan het Boekenweekessay van dit jaar, Generaal zonder leger van Eus. Daarin leerde ik dat het literaire wereldje op doordeweekse dagen toch vooral een miskend kabouterrijk is, waar je jaloerse pennetjes kunt horen krassen dat het een lieve lust is.

Gelukkig behoort Van Nieuwkerk niet tot dat miskende kabouterrijk van jaloerse pennetjes. Hij vindt Van Royen heel goed en haalt een anekdote aan waarin Van Royen als columniste van de lokale krant Het Parool de carrière van de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk vernietigde. Er volgt nog een anekdote waarin Van Nieuwkerk, zoals we in zijn rubriek gewend zijn, zelf voorkomt.

In een tv-programma een foto laten zien van een gebruikte tampon begeleid door een krakend existentieel verhaal dat niemand kan navertellen (ik zat er nota bene naast); er zijn kortere wegen naar de publieke gunst.

Kortom, Van Nieuwkerk vindt dus dar Van Royen wel goed schrijft in tegenstelling tot die vermaledijde boekenwegers (al zijn er genoeg tegenvoorbeelden te geven). Na 400 woorden anekdotiek is het weer tijd om iets te zeggen over het nieuwe boek van Van Royen, maar erg veel ruimte blijft daar niet meer voor over, dus besluit de tv-presentator met:

Ach, lees het alsjeblieft zelf.

Ach, lees de hele lofzang hier maar zelf.

1