‘Als vissen op het droge spartelen onze harten’

De tweede aflevering van Het liegend konijn 2023 bespreken, is als het beschrijven van een kleurrijk kistje vol proefflacons van zeldzaam heerlijk geurende parfums. Niet te doen dus. Niet alleen vanwege het feit dat Jozef Deleu meerdere nog niet eerder gepubliceerde gedichten – ‘uit het nest geroofd’ – van meer dan dertig dichters in de verzameling heeft opgenomen, maar vooral ook door hun veelzijdigheid. Net als geuren zijn veel van deze dichters in staat je van binnen in vervoering te brengen, je ten diepste te ontroeren, al is het maar voor even, zonder dat je er vat op kunt krijgen. En als je het weglegt, omdat je zo veel beroering in één keer niet aankunt, ligt Het liegend konijn op het tafelblad op je te wachten, omdat het dondersgoed weet, dat het niet lang zal duren, voordat je het opnieuw oppakt, omdat je nog even wilt ruiken, nog even wilt proeven, wat je zojuist was verloren.

De bundel begint met vier onverschrokken gedichten van de Nederlands-Somalische winnares van de Herman de Coninckprijs 2023, Alara Adilow:

Mijn wond is zo groot als de wereld
groter zelfs!
‘Het valt mee’, antwoordden ze beduusd
Niks ervan, je moest het eens zien vanaf
waar ik sta, hier in de wond.
Dan wist je het, mijn wond is een kolossus!
Zo van heb je ooit zo’n spektakel gezien
Is het niet iets bovenmenselijks? Jawel toch.
Kijk goed naar de randen – zit daar niet iets in dat op letters lijkt,
spijkerschrift?

Misschien zijn dichters liegende konijnen, omdat het niet anders kan dan dat een konijn zo onschuldig is dat zijn liegen wel een dieperliggende waarheid moet onthullen. In ‘Monoloog’ van Geert Jan Beeckman zegt de ‘ik’ dat hij met zijn vader heeft gesproken, terwijl die er al jaren niet meer is. Is dit niet een vorm van liegen? In gedichten kan dat, en in het echt misschien ook. Het is niet voor niets een ‘monoloog’. De vragen die de ‘ik’ aan zijn vader stelt, zijn mooier dan elk denkbaar antwoord zou kunnen zijn:

Ik vroeg hem waarom muziek de stilte tussen de noten is.
Waarom gesprekken over de dood altijd over het leven gaan.
Ik vroeg hem of het juist is dat wij hoe langer wij verschijnen
meer kans maken op verdwijnen.

Ik vroeg hem hoe het komt dat wij vrijwel niets
weten over bijna alles.
Waarom na de bocht van de rivier het sterven zingt
en wij ons blijven verzoenen met de rest.

Het is onvoorstelbaar hoeveel parels Jozef Deleu uit het nest heeft geroofd. Hoe heeft hij dat klaargespeeld? De gedichten zijn nog niet eerder verschenen, maar zijn van zo’n schoonheid, dat je zou denken dat je er slechts een handjevol in je leven kunt vinden. Zo te kunnen samenstellen, is een ware kunst. Bekende dichters naast nieuwe namen, jong en oud, klassiek, experimenteel en alles wat daartussenin ligt. Van iedere dichter wordt het jaar van geboorte en de geboorteplaats genoemd, en – indien er bundels van deze dichter zijn verschenen – de titel van de recentste bundel. Alleen die doen al verlangen naar het lezen ervan: ‘De maagden moeten bloeden’, ‘Aardelingen’, ‘Mythen en stoplichten’, ‘Wij zijn uitgeweken’, ‘Hoe er dan iets helders ontstaat’, ‘Filigraan’, ‘Hier raken we mij kwijt’, en zo kan ik nog wel even doorgaan. En dat zijn dan alleen nog maar de titels van de bundels, waarvan niet eens gedichten zijn opgenomen in deze verzameling!

Katelijne Brouwer schrijft over een steen die drie maanden van slag is als hij wordt verplaatst. Hij kent wind, regen, warmte en kou, maar niet dat optillen. Ook schrijft ze over ‘zo iemand’ die ze kent: ‘ik ken zo iemand. ze zei opeens ben ik van de bovenste plank / naar de onderste, dat zei ze, van steeds controles bij de oncoloog / scans, lab en chemo, naar voel maar bij jezelf hoe je je voelt’. Voor haar schilderde de ‘ik’ ‘een zwaan die haar overzette’. Dorien De Vylder beschrijft in ‘Killerbriesje’ een ritseling in het publiek: ‘Als vissen op het droge spartelen onze harten’.

Een van de meest sprankelende gedichten vind ik ‘Wat het schelpenpaadje je vertellen kan’ van Frans Kuipers met het bescheiden ‘Alleen het lied ongeschreven heeft het eeuwige leven’, terwijl hij dan toch maar van die kleine ogenblikken onsterfelijk weet te maken:

Op deze manier is Het liegend konijn tegelijkertijd fantastisch en verschrikkelijk. Fantastisch, omdat je in één bundel kennis kunt maken met een overrompelend bont gezelschap dichters, die je nooit ofte nimmer allemaal los van elkaar was tegengekomen. Verschrikkelijk, omdat je weet dat je van sommigen van hen nooit meer zult lezen, om de eenvoudige reden dat de tijd voortschrijdt en zo veel dichters met eigen bundels en losse gedichten niet in een hoofd passen. Sommige dichters hebben nog geen bundels gepubliceerd, maar wat een feest dat Deleu ze voor ons heeft ontvoerd, zoals het experimentele ‘voor/val’ van Anne Sanderling, waarin losse woorden over de bladzijden met elkaar een prachtig avontuur aangaan.

Wat doe je met zo’n kistje vol proefflacons? Ze een voor een openen en voorzichtig ruiken, omdat je weet dat de grote hoeveelheid je al snel kan bedwelmen, maar gaandeweg wil je er nog een en nog een, waardoor je uiteindelijk bezield en allang verzadigd eigenlijk alleen nog maar meer wilt van dit moois.

Dietske Geerlings

Jozef Deleu – Het liegend konijn 2023/2. Pelckmans, Kalmthout. 240 blz. € 22,00.