Recensie: Frans Budé – Te midden van alles
Zacht deinend verder
Er zijn dichters, lijkt het, die er gewoon altijd zijn. Frans Budé is zo’n dichter. In 1984 verscheen zijn eerste bundel, en eind vorig jaar, veertig jaar later, kwam Te midden van alles uit als ware het een jubileumuitgave.
Met 128 bladzijden is de uitgave ook qua omvang een monument. Een monument dat begint met een reeks gedichten die geïnspireerd zijn door ‘Grotte Chauvet’, grotschilderingen die in 1994 in de Franse Ardèche zijn ontdekt en zo’n 30.000 jaar eerder zijn gemaakt.
Andere cycli wijdt Budé (Maastricht, 1945) aan een beeldhouwer, een schilder en een dichter van wie hij eerder werk vertaalde. Een verblijf in Lissabon leverde gedichten op over Fernando Pessoa, een reis naar Oosten over James Ensor. ‘Boom in beeld’ bestaat uit tien gedichten waarvan het eerste gaat over Boomwortels van Van Gogh, waarna Mondriaan, Schiele, Baselitz en anderen voorbij komen vanwege een schilderij met bomen erop.
Budé heeft, kortom, een echte Budé gemaakt. Beeldende kunst is vaak de motor die Te midden van alles aanzwengelt, zoals het gehele oeuvre van Budé doordrenkt is van de beeldende kunst. Niet zo gek voor iemand die sinds 1988 werkzaam is als dichter en beeldend kunstenaar. Als je een hamer hebt, is niet voor niets de uitdrukking, zie je in alles een spijker.
Soms schrijft Budé zo aanstekelijk dat je een schilder of schilderij terstond op internet gaat opzoeken. En als je dan bijvoorbeeld het groen ziet dat Ferdinand Hodler gebruikte in een schilderij waarin hij zijn vrouw in haar sterfbed afbeeldde, maakt het gedicht ‘Ik herinner mij het landschap’ daarna indruk.
Dat lukt Budé niet altijd. Zo blijven de gedichten die geïnspireerd zijn op schilderijen van Bep Scheeren (Kerkrade, 1950) een beetje een ver-van-mijn-bed-show. Dat komt misschien ook door regels die een hoog ‘water-is-nat-gehalte’ hebben, zoals ‘Onvoorspelbaar het leven – voorspoed en tegenslag / wisselen geregeld van plaats’ of ‘Het leven komt en gaat voorbij.’
Gelukkig zet Budé dit met de serie gedichten ‘Te midden van alles’ weer recht.
Je wijst me op een lijster die ik niet zie, verdwaald
met mijn ogen tussen de mistletoe zoek ik de rij
kale populieren af. Mijn starende blik, vragend,
jouw uitleg, totdat de vogel met de wind in de ruglukraak wegschiet uit een boom, snerpend als een pijl
door de lucht, en o die krachtige vleugelslag die hem
voorwaarts stuwt, vol overtuiging de rivier langs,niet weten dat wij hem volgen. Dagen later nog
herinneren we ons hoe hij zacht deinend verder dreef,
koppig de hoogste verte in, aan aanplant en zomergroeivoorbij, de lemen aarde onder hem. Hoe hij ons achterliet.
Te midden van alles – wij tweeën, hervattend onze weg.
Matthé ten Wolde
Frans Budé – Te midden van alles. Meulenhoff, Amsterdam. 128 blz. € 22,99.