Deze week stelt Charlotte Remarque in De Groene Amsterdammer 21 vragen aan Levi Jacobs, die vorig jaar debuteerde met Wie ik ben. Op de vraag ‘Welke van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?’ antwoordt Jacobs dat hij geen dingen van nu leest. Dat blijkt niet geheel waar, want even later geeft hij mededebutant Martin Rombouts een enorme veeg uit de pan.

Op de vraag welke schrijver Jacobs het meest overschat vindt, antwoordt hij:

‘Ik wil niet weer ruzie gaan maken. Dan zou ik sowieso mijn nemesis opschrijven.’

Wie is dat dan?

‘Martin Rombouts. Ik heb Boek 1 gelezen en wat mij betreft raakte dat kant noch wal, alleen maar witregels. Ik heb het idee dat hij nauwelijks zijn best heeft gedaan om er iets van te maken. Ik verdraag het dan niet dat hij een vijfballenrecensie krijgt van NRC. Dat vind ik zwaar onterecht. Sorry, sorry Martin. Nee, geen sorry.’

De herinneringen gaan meteen terug naar afgelopen jaar, toen Boek 1 van Martin Rombouts een uitgesproken hater had die door het leven ging als ‘Jos Bos’. Mede door een reactie van Jacobs’ Atlas Contact-collega Falun Ellie Koos gingen de verdenkingen al snel Jacobs’ kant op. Zo gaf Bos Wie ik ben vijf sterren, wat (toegegeven) al vrij uniek was, maar dan ook nog vóór publicatie. Jacobs ontkende noch bevestigde, maar nu blijkt dus dat hij net als Jos Bos Boek 1 een draak van een roman vindt.

Op zijn minst heel toevallig. We voorspelden bij de voorlopige sluiting van het dossier ‘Jos Bos’ dat de verdachte op een dag te dicht bij de zon zou gaan vliegen: ‘En de onderzoeksafdeling van Tzum zal naar de lucht turen. Om te zien of er iets glinsterends naar beneden komt vallen. En we nemen een vangnet mee en als Bos bijna de grond raakt, trekken we het in. Tenzij Bos zich alsnog aan ons kenbaar maakt.’ Dat laatste is niet gebeurd. Oordeelt u zelf over het te dicht bij de zon vliegen.