Recensie: Anjet Daanje – Gezel in marmer
De volgende recensie komt uit 2006 en laat zien dat Kees ’t Hart al vroeg het talent van Anjet Daanje onderkende.
Meesterlijke roman
Gezel in marmer is de vijfde roman van Anjet Daanje en het is hoog tijd dat haar werk in brede kring bekend wordt. Haar vorige roman Veelvuldig en alleen (2004) bevatte een voortreffelijk geschreven verhaal over een tragische gebeurtenis binnen een vriendenkring. Het werd nauwelijks besproken (gelukkig wel in deze krant). In deze nieuwe en meesterlijke roman neemt Daanje ons mee naar de wereld van de beeldhouwkunst.
Ze beschrijft hoe steenhouwster Nan Geerings langzamerhand in conflict komt met beeldhouwster Marin Slingerland, die altijd met de eer van het werk gaat strijken maar die zelf nauwelijks weet hoe je een beeld moet uithakken. Daanje geeft een prachtig beeld van deze beeldhouwwereld. Ze zoekt het niet in ellenlange beschouwingen, maar geeft ons tussen neus en lippen door minutieuze en fraai gedoseerde informatie over de opleiding van steenhouwers en hoe men in grote werkplaatsen beelden uithouwt. Ook over de conflicten die dit kan opleveren, over de mislukkingen en de onderlinge wedijver. Wie dit boek leest, komt ineens een nieuwe wereld binnen en Daanje vertelt erover alsof ze het allemaal zelf van dichtbij heeft meegemaakt. Zo moet dat in literatuur.
In haar vorige romans blonk deze schrijfster al uit in een subtiele trefzekere stijl en in een genuanceerde karakterisering van haar hoofdpersonages. Ook nu is het weer raak, sterker nog, het is allemaal voor mijn gevoel nog beter, dit is een bewonderenswaardig boek. Neem haar zinnen. Het hele boek is in de tegenwoordige tijd geschreven, wat er iets dwingends aan geeft, alsof we het allemaal op dit moment voor ons zien.
Daanje schrijft directe en laconieke zinnen, zonder literaire poespas of uitvoerige beschrijvingen. Rechtstreeks gaat ze op haar doel af en ook dit geeft haar boek een urgente toon: het moet worden verteld en het kan alleen zo worden verteld.
Ze snuit haar neus in het servet, en verfrommelt het. Over de tafel steekt ze haar handen naar Nan uit. Nan aarzelt, maar besluit dat ze een huilende beeldhouwster niets kan weigeren. Ze neemt Marins handen in de hare.
In één scène het hele conflict uitgebeeld. Zo werkt Daanje, ze laat het conflict steeds zien, verliest zich niet in uitvoerige beschouwingen over artisticiteit en integriteit, maar demonstreert met altijd trefzekere zinnen.
Met Nan Geerings creëerde de schrijfster een indrukwekkend personage dat zich kan meten met andere grote figuren uit onze literatuur. Ze wordt iemand van vlees en bloed met wie ik hartstochtelijk meeleefde, die over zich laat lopen, tot in het bizarre, die terug vecht, die me ontroerde. Daanje zorgde ervoor dat het steeds geloofwaardig is, dat we steeds geïnteresseerd blijven in deze eigenzinnige en geheimzinnige vrouw. Die zich bewust is van haar grote capaciteiten maar zich toch mee laat slepen in een uiteindelijk onoplosbaar conflict tussen loyaliteit en artistieke ambitie.
Daanje zoekt het niet in zwart-witkleuren, ze maakt van haar verhaal geen draak van een verhaal met helden en schurken. Ze zoekt steeds de nuance en de omkering. Ze laat goede en slechte kanten zien van al haar personages, of liever, ze demonstreert die, zodat je nooit zeker weet voor wie je partij moet kiezen. Ik liet me helemaal meeslepen, raakte betrokken, koos partij voor Nan, maar wist het toch niet helemaal zeker. Deze roman hield me tot en met het einde helemaal bij de les. En toen het uit was zat ik er stil bij te kijken en voelde ik mezelf denken waar je als lezer altijd op hoopt: eindelijk, eindelijk weer eens een echt mooie roman.
Kees ’t Hart
Anjet Daanje – Gezel in marmer. Thomas Rap, Amsterdam; 398 blz.
Lees ook de recensie die Marie-Jose Klaver schreef bij de heruitgave.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 17 maart 2006.
