Recensie: Guido van Hengel – Dageraad
Ochtendmenswording
Je kunt de geschiedenis of een cultureel verschijnsel op uiteenlopende manieren benaderen. Guido van Hengel houdt daar erg van. En het werkt. Waar hij bijvoorbeeld de geschiedenis van voormalig Joegoslavië schreef aan de hand van het lot van zwerfhonden in Roedel (2021), verdiept hij zich nu met Dageraad in de talrijke aspecten van de vroegste ochtenduren. Je zou met dit boek haast gaan geloven dat de mensheid domweg uit twee groepen bestaat: de matineuzen en de overigen. Doorredenerend bezie je landen, culturen en religies opeens ook in een ander licht.
Hanen zijn de oudste wekkers en gaan de kerkklokken voor. In de geschiedenis, en in de dag.
Word je als ochtendmens geboren, ben je om het zo te zeggen zo geaard, of valt er nog wat aan te doen? Guido van Hengel weet na het schrijven van Dageraad dat je kunt evolueren in een mens die graag vroeg uit de veren komt. Maar er is in deze bundel essays veel meer aan de hand. Het gaat hierin niet alleen over het ochtendgevoel bij het zien van dat flonkerende licht, het ervaren van alle herboren flora en fauna, want dan ben je in de eerste plaats een natuurmens geworden. De ochtend drukt je niet minder met de neus op de zekerheid dat nieuw komt na oud en geboorte na dood. Ofwel de eeuwige kringloop.
Van Hengel begint ermee de Russische filosoof Nikolaj Berdjajev (1874-1948) aan te halen, die meende dat er maar één mythe is waarin de volkeren van de wereld zichzelf herkennen: die van het begin en die van het einde. De Russen worden in zijn beleving gedreven door de mythe van het einde, terwijl de westerse beschavingen met hun obsessie voor alles wat nieuw is het tegendeel vormen.
Hij wil er niet te lang bij stilstaan, maar erkent dat er wel iets voor te zeggen valt. Ook dat een begin niet zo onschuldig is als het lijkt. ‘Sterft, gij oude vormen en gedachten’, een strofe uit de Socialistische Internationale, schiet meteen in je gedachten. Dit soort meerduidigheid kun je wel het vertrekpunt van Van Hengel noemen, waarin de ochtendjubel steeds gepaard gaat met de frons van de oorzaken en gevolgen; de andere kant van de medaille. Heel anders dus dan Donald Niedekker in zijn boekje Ochtenden (2023), waarin alleen de natuur spreekt en de maatschappelijke, culturele en religieuze aspecten buiten beeld blijven.
Zo zet Van Hengel de filosoof Martin Heideggers ‘Sein zum Tode’ tegenover de opvattingen van diens leerling Hannah Arendt, die juist geobsedeerd was door Het Begin. Veelzeggend is ook het fragment waarin hij de ontdekking van het ochtendlicht in het leven van de Amerikaanse staatsman, wetenschapper en schrijver Benjamin Franklin beschrijft. De ware avondmens Franklin wordt een keer door toeval om zes uur ’s ochtends gewekt en ontdekt daardoor zijn kamer vol licht. Hij denkt eerst aan een nieuw soort olielamp, die hij de avond tevoren voor het eerst had gezien. Maar het blijkt allemaal veel mooier en overvloediger: de zon.
Het zijn enkele van vele anekdotische fragmenten in dit boek, waarin Van Hengel even gemakkelijk de Duitse en Russische literatuur erbij haalt als de imposante natuurlijke veerkracht na de atoombom van 6 augustus 1945 op Hiroshima of een persoonlijke voettocht, noodzakelijk geworden door een gemiste bus, door het noorden van Duitsland. Gaat het hem daarbij dan om de dageraad, de natuur of het licht? Ze hangen beslist samen, maar Van Hengel associeert zo gemakkelijk dat je dit boek haast ook wel had kunnen opdragen aan de wonderbaarlijke natuur of het levensbepalende licht.
Maakt niet uit, uiteindelijk hebben we immers met een holistisch systeem te maken, waar het begin de cyclus opent. Van de dag, van een seizoen, van een ontwikkeling of wat dan ook. Misschien is die brede uitwaaiering in dit boek dus geen zwakte, maar juist de kracht. Want het duister en de nacht, het geweld en de angst horen wel degelijk ook thuis in het verhaal van de dageraad. Zonder koude en donkere nacht immers geen euforische vreugde over de ochtendster, zonder doodse stilte geen kukeleku.
André Keikes
Guido van Hengel – Dageraad. Geschiedenis in ochtendlicht. Van Oorschot – Amsterdam. 288 blz. € 25.
