Column: Michelle van Dijk – Connie Palmen had nooit mijn moeder kunnen zijn, maar mijn moeder best een schrijver
Connie Palmen had nooit mijn moeder kunnen zijn, maar mijn moeder best een schrijver
Connie Palmen is net zo oud (of jong) als mijn moeder. Toch had Connie Palmen nooit mijn moeder kunnen zijn, terwijl mijn moeder best een schrijver had kunnen zijn. In de eerste week na het verschijnen van Palmens nieuwe roman Johnnie Walker reageerden schrijvers verontwaardigd op haar categorische uitsluiting van het moederschap in het interview met de Volkskrant. Ik heb me in het verleden ook weleens verbaasd over dergelijke uitspraken van Palmen en andere auteurs, maar ik keek er nu niet van op, het is oud nieuws.
We moeten schrijvers ook niet proberen te begrijpen vanuit hun interviews. Palmen legt moeders en schrijvers geen normen op. Het interview kún je zo lezen, maar in Johnnie Walker begrijp je haar persoonlijke waarheid. Palmen zegt dit nota bene in hetzelfde interview: ‘Als ik deze vragen op een platte manier had willen beantwoorden, had ik dit boek niet hoeven schrijven. Ik wil ze alleen maar beantwoorden op de literaire wijze die ik daarvoor heb gevonden.’
Wat lees je wel in Johnnie Walker? Een voorgeschiedenis van een zeer dominante grootmoeder en een moeder die regelmatig verzucht: ‘Altijd zorgen.’ De meest typerende zin vind ik deze: ‘Ik werd wakker van mijn moeder zoals een moeder wakker wordt van haar kind.’ De moeder-dochterrelatie wordt hiermee in de kern gevat: ouders liggen normaal gesproken wakker van hun kinderen, moeders horen alles, mannen en kinderen slapen overal doorheen. Maar deze dochter is anders. Ze neemt de zorgen van haar moeder mee en probeert die weg te nemen, slaagt daar niet in, maar ziet dus dat dát het moederschap is. Hoe zou je er nog een eigen kind bij kunnen hebben en werken als schrijver als je ook al zo’n intense moeder-dochterrelatie hebt en steeds ziet hoe zwaar het moederschap is?
En laten we wel wezen: we hebben het wel degelijk over een generatie waarin moeders alle zorg op zich namen. Inmiddels zie ik bij mannelijke auteurs net zo goed enige vertraging in hun bibliografie wanneer ze een gezin vormen – en wat dan nog, er zijn wel meer life events die je aandacht enige tijd kunnen opslokken. Maar daar gaat het dus allemaal niet om in de roman, het gaat om een persoonlijke geschiedenis. Geen voer voor boze opiniestukken, zou ik zeggen. Het gaat mis als we persoonlijke waarheden als algemene waarheden lezen.
In het interview (door Gijs Beukers en Laura de Jong) kwam wel een andere waarheid naar voren waar ik geen reacties op las. Palmen wordt gevraagd naar haar succes, al sinds haar debuut:
Ziet u uw succes volledig als eigen verdienste of heeft u ook mazzel gehad?
‘Ik zie het volledig als eigen verdienste, zei ze zonder enige twijfel.’ Glimlachend: ‘Mazzel. Wat heb je nou aan mazzel? Nu moet ik dat zeker nuanceren?’Wat u wilt.
‘Natuurlijk zal de tijd een rol hebben gespeeld, waardoor ik geen 200 duizend maar 400 duizend exemplaren in een jaar heb verkocht. Maar De wetten was een volstrékt uniek boek dat niemand anders had kunnen schrijven.’
Als het gaat over de radicale keuze voor schrijverschap, is dit veel relevanter. Sinds 2010 is bijna geen debutant in staat te leven van het schrijven alleen. De optimistische 200.000 die Palmen inschat voor andere tijden met minder mazzel, is na 2010 onder debutanten alleen gehaald door Lale Gül, Lize Spit en Griet Op de Beeck (en niet per se in één jaar). Schrijvers van volstrékt unieke, prijswinnende boeken zoals Lucas Rijneveld of Yaël van der Wouden doen het goed, maar halen geen 200.000 exemplaren. Schrijvers kunnen wel wat mazzel gebruiken.
Uiteindelijk geldt dus wel nog altijd Virginia Woolfs uitspraak: ‘A woman must have money and a room of her own if she is to write fiction.’ In deze andere tijden zou ik zeggen: dat geldt zelfs voor mannen. Schoolschnabbels en columncorvee staan de radicale schrijvers (m/v/x) veel meer in de weg dan het ouderschap, denk ik zelf. Het schrijven voor kranten en tijdschriften is ook een soort typecasting, is te lezen in het recente bericht van Daan Heerma van Voss die zich in dit broodschrijven onvrij voelde en naar Substack is overgestapt.
Pas op als je dan maar een andere baan ernaast neemt, want uit onderzoek blijkt dat je daarmee je kansen op een literaire prijs vergooit. Dit herken ik wel, want ik heb altijd al een prettige combinatie gehad van een baan, schrijven en moederschap, en sinds Write Now! geen literaire prijzen, dat verklaart alles, ha! Maar serieus: ja, ik kan me soms ergeren aan het cliché van de monomane kunstenaarsziel, want het lijkt wel of media je dan een interessantere schrijver vinden (ook typecasting), maar ik ben niet dat type. En dat is dus precies hoe het werkt: ieder leeft z’n eigen persoonlijke waarheid. Maar laten we die alsjeblieft in romans opschrijven, niet in opiniestukken.
Michelle van Dijk
(foto Connie Palmen signeert in 1998: Beeldbank De Boer, Noord-Hollands Archief)
