Nominaties Tzum-prijs 2018

Hieronder staan de nominaties voor de Tzum-prijs 2018 (voor de mooiste zin uit een boek van 2017!). U kunt zelf ook nog tot eind augustus een zin nomineren, zie het formulier onderaan de bladzijde. De voorwaarden zijn:

– De zin moest staan in een oorspronkelijk Nederlandstalig prozawerk dat in boekvorm voor het eerst is gepubliceerd in 2017 (geen eigen beheer-uitgaven).
– Iedereen mag inzenden, iedereen mag meer dan één zin inzenden.
– Inzendingen vermelden met het citaat en bladzijdenummer.
– De deskundige jury (redactie Tzum) voegt zelf ook zinnen toe. Bij meer dan drie genomineerde zinnen uit één boek kan de jury een voorselectie maken.
– Vermeld uw eigen naam en adres. Alleen uw naam wordt genoemd als inzender bij de nominatie.

Onder de inzenders worden drie exemplaren van De hoed van Federico – Highlights en hotspots van literair Spanje van Marijke Arijs verloot.

(Zinnen van redactieleden en/of medewerkers aan Tzum mogen wel worden ingezonden, maar worden uitgesloten voor de eindstrijd.)

Voor de duidelijkheid: nomineren betekent dat u zelf zinnen kunt toevoegen aan de nominaties, niet dat u kunt stemmen op één van de onderstaande nominaties.

De nominaties van de vorige jaren staan in het archief.
Alle winnende zinnen vanaf 2002 zijn hier te lezen.

De nominaties tot nu toe:

W.A. DehairsLockdown (ingezonden door Darja Pecovnik, blz. 9)
– Wij waren geen volk van opstandelingen, wij waren een volk van volgers; pragmatisch in plaats van ideologisch, sussend in plaats van opiniërend, berustend in plaats van bevlogen.

Rob van EssenWinter in Amerika (blz. 23)
– We maakten allebei deel uit van een studiegroepje dat regelmatig bij elkaar kwam om moeilijke filosofische teksten te lezen, en zo waren we ook een paar keer op zijn kamer beland, in de studentenflat in Amsterdam-Noord die de bijnaam ‘Jumping Amsterdam’ had omdat er zoveel mensen vanaf sprongen.

Gerjon Gijsbers – Scheuren in het canvas (ingezonden door Alek Dabrowski, blz. 98-99)
– Dat een gigantisch ras als de steppemammoet, die op een dieet van gezonde voeding en genoeg slaap zwaarder kon worden dan een Tyrannosaurus, het wist te presteren om uit te sterven, terwijl nietige wezens met een voorkeur voor het nuttigen van verslavende rotzooi en het bezigen van verkleinwoordjes zich redelijk ongeschonden een weg door de geschiedenis baanden en vele tijdperken later op slecht georganiseerde feestjes een eigen versie van Hermes House Bands ’I will survive’ stonden te kokhalzen.

Murat IsikWees onzichtbaar (blz. 7)
– In de tijd dat de eerste springers te pletter vielen van onze flat, begon mijn vader aan zijn nachtelijke pleziertochten door Amsterdam.

Emily KockenDe kuur (blz. 132, ingezonden door A.H.J. Dautzenberg)
-In het dal beneden vingen de kerkklokken aan met luiden, aarzelend, het beieren in binaire bimbam steeds stabieler, een ritme dat er een tijd de schijn van had heel strak te zijn, de slagen van een metronoom, vervagende resonans in de beker van de vallei.

Charlotte MutsaersHarnas van hansaplast (ingezonden door Joke van Overbruggen, blz. 160)
– Wat knap dat iemand zichzelf zó raak en ongenadig weet te typeren zonder geploeter, zonder computer, zonder ook maar een seconde over vorm en inhoud na te denken, en wars van alle literaire codes en conventies.

Erik NieuwenhuisErgens op het eind (ingezonden door Giny Backers, blz. 84)
– Een tijdschrift is het dode eindproduct van een artistiek proces dat je als een autonoom kunstwerk zou moeten beschouwen.

Joubert PignonMooie lieve schat
– Omdat één vriendje Mark heette, net als de acteur die Luke Skywalker speelde, Mark Hamill, en een ander vriendje bruin haar had, net als Han Solo, moest ik altijd Chewbacca zijn wanneer we Star Warsje speelden.

Ilja Leonard PfeijfferPeachez, een romance (blz. 22, ingezonden door Cilla Geurtsen)
– De stad verschafte mij in heel haar concrete bestaan met het voelbare gewicht van mijn lederen schoenzolen op de door de eeuwen heen tot zachte vormen afgeronde kinderkopjes van haar straten en met mijn blik op de tastbaarheid van gevels en fonteinen, terwijl de reëel bestaande beslommeringen van stedelingen met hun gesprekken gonsden in mijn oren en ik de zilte zeelucht opsnoof die de westenwind bracht, op mijn dagelijkse wandelingen een welkom contact met de werkelijkheid die anders wellicht zou dreigen te vervliegen met de hoge vlucht van mijn gedachten.

Ilja Leonard PfeijfferPeachez, een romance (blz. 56-57, ingezonden door Cilla Geurtsen)
– Hoewel ik in mijn huidige situatie niets meer te winnen heb door wat ook maar te verbergen en mijn getuigenis zonder consequenties zou kunnen bevlekken met eerdere bekentenissen en hoewel mijn hechtenis mij meer vrijheid verschaft dan ooit om volkomen oprecht te zijn, waarvan ik op de ongelinieerde pagina’s van dit boek gretig gebruikmaak, kan ik met de beste wil van de wereld niets anders zeggen dan dat ik voor mijn studentes, de bloem der natie die voor mijn ogen ontlook in de collegebanken, in al die jaren uitsluitend en alleen belangstelling heb gekoesterd in zoverre het hun intellectuele capaciteiten betrof en dat louter op de gepaste afstand die mijn professie vereist.

Annelies VerbekeHalleluja (blz. 76)
– Nadat een tekort aan arbeidskrachten de zorgsector een halve eeuw lang stukje bij beetje had uitgehold en een schokkend aantal door verplegend personeel vergeten bejaarden op toiletpotten was teruggevonden, had Europa het laatste decennium sterk geïnvesteerd in robots om het werk op te knappen.

Arjen van VeelenAantekeningen over het verplaatsen van obelisken (blz. ?, ingezonden door Daan Pieters)
– En dan keek hij rond in de schemering en citeerde hij een schrijver die had gezegd dat Parijs kan aanvoelen als een troosteloos tankstation en een troosteloos tankstation als Parijs, afhankelijk van met wie je er bent.

Thomas VerbogtHoe alles moest beginnen (blz. 156, ingezonden door Joke van Leeuwen)
– De kamer waarin we zitten doet me denken aan films over Engelse adel, mensen die zich voortdurend omkleden en gracieus beklemd zijn in hun bestaan.

Pieter WaterdrinkerTsjaikovskistraat 40 (blz. 188-190, ingezonden door Ivar Schute)
– Met delicatessen die op dat moment amper verkrijgbaar waren, anders dan voor veel geld en met de juiste contacten op de zwarte markt, hadden de heren op de derde verdieping een tafel laten dekken in een verder leeg, verduisterd zaaltje, onder een goudkleurig metalen plafond; de gebruikelijke feesttafel met schalen fruit, donkergroene flessen Sovjet-champagne, de halzen van geribbeld zilverpapier, kruikjes wodka, Georgisch mineraalwater dat rook naar de tandarts en zakoeski – koude hors-d’oeuvres als rundvlees, varkenspastei in gelei, plakjes veulenvlees, vliesdun gesneden rode zalm, witvis, van mayonaise druipende eieren, dobbelsteentjes rode biet met zilveruitjes, azijn en dille, wit en zwart brood – wat al meteen, voordat het hoofdgerecht arriveerde, door twee in groene zweetjasjes toeschietende obers gedienstig werd aangevuld met julien, de oer-Russische warme lekkernij, ondanks de Franse benaming, bestaande uit kip dan wel paddenstoelen in ragout, heet uit de oven, met een laagje gesmolten kaas en zure room in poppenhuissteelpannetjes opgediend, met witkartonnen kransjes aan de stelen tegen het branden van de vingers tijdens het weldadig palatumvolle romige leeglepelen, alsook botervette blini’s voor de rode en zwarte kaviaar, waarvan de laatste in die jaren nog met kilo’s tegelijk werd verhandeld, door nachtelijke stropers in wormstekige vissersbootjes op de bovenloop van de Wolga met de hand werd geschept uit de eerst nonchalant met een scherp mes opengesneden buiken van de steur, het met de kostbare kuit meegekomen bloed er zoveel mogelijk in een ronde zeef werd uit gespoeld, gezouten en snel in blikken gestopt, om via het netwerk van smokkelaars over de weg, per boot en door de lucht zijn criminele weg te vervolgen, tot de loungebars van Parijs, Milaan en New York aan toe, met als epicentrum de oude markt van Astrachan, vergeven van de corrupte politieambtenaren, met hun bigotte purperen drankkoppen, die lijken op klaprozen, waar tevens torpedovormige, heerlijke zoete meloenen werden verkocht en af en toe nog weleens een verdwaalde kameel stond, malend met zijn domme kop en scheve kaken, stinkend, belaagd door grote vliegen, aan een paal tussen de zwerfhonden, de zwerfpoesjes en de geopende spierwitte zakken met specerijen uit Midden-Azië, waaronder het stofgoud der saffraan, onder de stralen zonlicht die door de overkapping van het marktzeil heen drongen fonkelend opblinkend, de zwarte kaviaar, het eetbare zwarte goud, waarvan de consumptie in de nadagen van de USSR naar een hoogtepunt werd gevoerd, een laatste opbloei beleefde voor de vrijwel totale neergang, dionysisch, want het decennium daarop, toen ook in het zuiden van Rusland tijdens de achtbaanjaren na het uiteenvallen van de USSR een free for all aan de gang was, de vervuiling van het water apocalyptisch was geworden en het laatste staatstoezicht op de overbevissing van de steuren en de stroperij was verdwenen, werd de jacht op de wondervissen, die het met hun stompe koppen honderden miljoenen jaren op de aarde hadden uitgehouden, niet langer slechts uitgevoerd door arme sodemieters in gammele sloepen, proberend wat bij te verdienen, maar werd aan de laatste beloega’s, sevroega’s en asetra’s letterlijk de oorlog verklaard door onder anderen moslimkrijgsheren in Dagestan, residerend in marmeren paleizen met gouden kranen achter hoge muren, bewaakt door slaven met kalasjnikovs, die vanuit hun slaapkamers uitkeken op het plaatstaal van de Kaspische Zee, waarop hun privétroepen met schepen uit de vroegere Sovjetvloot en uit het Westen geïmporteerde supersonische speedboten, voorzien van de modernste, met satellieten verbonden detectieapparatuur, de laatste steuren onder water opspoorden, nog voordat ze hun duizelingwekkende oude paaigebied van de Wolga hadden bereikt, de vissen naar boven werden gehaald, met messen als kromzwaardjes de buiken woest werden opengesneden, een jihad tegen de dieren, waarbij de nog lang niet rijpe eitjes met soeplepels werden uitgeschraapt en in plastic bakken geworpen, en de vislijken teruggegooid tussen de golven, het witte schuim even frisdrankachtig frambozenrood kleurde, onder het waanzinnige gejuich van de zeevogels: zaken die ik zelf heb meegemaakt, die ik zou beleven, in een hoedanigheid die ik op dat moment niet voor mogelijk had gehouden, die ik zelfs hartgrondig zou hebben verafschuwd, want later zou mijn leven opnieuw een richting inslaan die hooguit een gek voordien had kunnen bevroeden, en wat – ten slotte – die zwarte kaviaar betreft: voor mij was de tragedie met de steuren, hun langzame maar gestadig en onafwendbaar verdwijnen uit de vrije natuur, het symbool van de ondergang van Rusland, waarbij het de vraag is wat op een dag het symbool zal zijn van zijn wederopstanding, al ben ik dan waarschijnlijk zelf het droeve lot van de steuren reeds lang achternagegaan.

Bernard WesselingGezelschapsjongen (ingezonden door Eran, blz. 26)
– Ik geef toe dat ik mijn aantrekking tot oudere vrouwen eerst verwarde met de behoefte aan altruïsme.

Bernard WesselingGezelschapsjongen (ingezonden door Eva, blz. 44)
– Ik had het kunnen weten: ze had een kont als een Mariaverschijning.

Aukelien WeverlingIn alle steden (blz. 71)
– Haar tanden waren het medaillewerk van streberige orthodontist en tandarts, glanzend wit als de kap van een novice en recht als nieuwbouwhuizen en ze rook zoals winterdagen ruiken als je te vroeg de straat op gaat, fris en kraakhelder met de zware, spannende ondertoon van vrieskou.

Zin nomineren