Nominaties Tzum-prijs 2021

Hieronder staan de nominaties voor de Tzum-prijs 2021 (voor de mooiste zin uit een boek van 2020!). U kunt zelf ook nog tot 15 juli een zin nomineren, zie het formulier onderaan de bladzijde.

De voorwaarden zijn:

– De zin moest staan in een oorspronkelijk Nederlandstalig prozawerk dat in boekvorm voor het eerst is gepubliceerd in 2020 (geen eigen beheer-uitgaven).
– Iedereen mag inzenden, iedereen mag meer dan één zin inzenden.
– Inzendingen vermelden met het citaat en bladzijdenummer.
– De deskundige jury (redactie Tzum) voegt zelf ook zinnen toe. Bij meer dan drie genomineerde zinnen uit één boek kan de jury een voorselectie maken.
– Vermeld je eigen naam en adres. Alleen je naam wordt genoemd als inzender bij de nominatie.
– Zinnen van redactieleden en/of medewerkers aan Tzum mogen wel worden ingezonden, maar worden uitgesloten voor de eindstrijd.

Voor de duidelijkheid: nomineren betekent dat je zelf zinnen kunt toevoegen aan de nominaties, niet dat je kunt stemmen op één van de nominaties.

Onder de inzenders worden drie exemplaren van Witter dan sneeuw van Michelle van Dijk verloot.

De nominaties van de vorige jaren staan in het archief.
Alle winnende zinnen vanaf 2002 zijn hier te lezen.

De nominaties tot nu toe:

Walter van den BergRuimte (genomineerd door Rob Steijger, blz. 206)
– Zij had het ook niet erg gevonden als-ie homo was, misschien wat ingewikkeld voor hemzelf, want daar zou-ie dan vast wel mee worstelen, dus ze vond dat ze dat bespreekbaar moest maken – op een avond had ze gevraagd of ze nog eens een schoondochter of schoonzoon zou krijgen, heel nonchalant, om duidelijk te maken dat het haar om het even was, meisjes of jongens.

Gerda BleesWij zijn licht (genomineerd door Rick Greene, blz. 56)
– En nog altijd kokend van woede over mensen die zichzelf moedwillig de dood in helpen, aangemoedigd door leugenaars en charlatans, neemt ze de lift naar het dakterras, waar ze twee sigaretten achter elkaar oprookt.

Esther GerritsenDe terugkeer (blz. 29)
– Als hij met haar spreekt is vooral zij aan het woord en denkt hij aan voetbalwedstrijden; tachtig procent balcontact voor de ene ploeg, twintig voor de andere.

Stefan HertmansDe opgang (genomineerd door Gijs van der Kroef en Jaïr Tchong, blz. 89)
– De maan en de zon, gelijktijdig en bleek in de uitgeklaarde koele lucht, lijken te wachten wie het van de ander zal winnen, boven een provinciestad die naar het einde van de ochtend sukkelt; in dit ogenblik van onbeslistheid ontstaan hier en daar klonteringen van voertuigen, wolken uitlaatgassen, aberraties in de stroom van het verkeer, er klinkt gefoeter en getoeter, het bellen van fietsers en het schelden van voetgangers; in de afwisseling van lauwe windvlagen, korte opklaringen en het dan weer kortstondig toenemen van snel overdrijvende bewolking wervelt de blauwige smog bolvormig door de Grauwpoort en over het Sluizeken, als stepperollers door de woestijn van Utah of Arizona; een vrachtwagen met een dikke rode motorkap gromt zich achterwaarts door een stroom voetgangers op het Oudburg naar een zwarte open poort; bij de vismijn aan het Gravensteen flitst een fileermes op en ploft achter de kieuwen van een grote kabeljauw die spartelt en aan de hand van de mooie verkoopster tracht te ontkomen; een vrouw sloft, nog zonder oogschaduw en met krulspelden in haar haren, een buurtwinkel binnen, pakt werktuiglijk een fles water, een pakje sigaretten en een krant; de Tunesische kruidenier op het Oudburg frommelt het dagblad van gister rond een koolrabi, een rode peper en een bundeltje radijzen.

Stefan HertmansDe opgang (genomineerd door Gijs van der Kroef, blz. 124)
– Niet alleen de deuren ook de brede, oude plankenvloer was in somber bruin geverfd, vervolgens verweerd door tal van verloren passen en stappen hier en daar geschonden door een vallend voorwerp, misschien een scherpe vrouwenhak, een negentiende-eeuwse wandelstok met een metalen punt, een schaar of een kolenschep; het plafond met zijn gipsmotieven was besmeurd met dezelfde treurnis uitstralende somberheid die verder was doorgetrokken tot ruim een meter onder de sierlijst zodat de vale schildering op een koepel leek, een omgekeerde doos die als een domper op de kamer was gezet, nu verworden tot een deerniswekkend craquelé; langs de muren was ook een dunne lambrisering van spaanderplaat aangebracht, die hier en daar los was gekomen en gaten in het pleisterwerk liet zien.

Erwin MortierDe onbevlekte (blz. 52)
– Na zijn pensioen zoog de grootvader de glorie op van iedere ochtendstond die hem niet naar de fabriekspoort riep.

Jeroen OlyslaegersWildevrouw (genomineerd door Walter Oussoren, blz. 29)
– De drukkers hadden op nauwelijks enkele jaren hun inkt tot goed verkopend wapen en vermaak gemaakt en van alle kanten las men al dat bedrukt papier dat meestal, gelijk bier of wijn, in vaten vanuit hier over water- en landwegen in een eindeloze stroom werd verspreid.

Jeroen OlyslaegersWildevrouw (genomineerd door Walter Oussoren, blz. 70-71)
– Al deze mannen en de vrouwen met al hun talenten, hun kapitaal van wat ook of hun geestelijke bezittingen, hun gedachten, elk hun voorzichtigheden en vormen van discretie, wie weet hun zonden en hun onhebbelijkheden, vormden samen een bol wol die door Abram Ortelius tijdens z’n feest op een spinrok werd gestoken, door een gat werd aangevoerd en door het draaien aan het wiel tot een stevige draad van eenheid werd gesponnen.

Marieke Lucas RijneveldMijn lieve gunsteling (genomineerd door Marc Dillien, blz. 11)
– Lieve gunsteling, ik zeg het je maar meteen: ik had je in dat steilorige hoogseizoen als een zweer met een hoefmes uit de klauwlederhuid moeten verwijderen, ik had ruimte moeten maken bij de tussenklauwspleet zodat mest en vuil ertussenuit zouden vallen en niemand je kon infecteren, misschien had ik je enkel wat moeten pellen en bijschaven met de slijper, je moeten reinigen en droogwrijven met wat zageling.

Marjolein VisserRestmens (genomineerd door André Keikes, blz. 17)
– Ze kijkt me aan met haar halflange lichtbruin geverfde haar en haar ikwerkookweleensopzondagenvoormijisgeenwerktenederigmentaliteit, die ervoor zorgt dat ze dagelijks in dit zorgcentrum lapjes over aanrechten van de beperkte medeburger haalt terwijl ze dingen zegt als: ‘Een opgeruimd hoofd woont in een opgeruimd huis’.

Christiaan WeijtsFurore (genomineerd door Arjan Peters, blz. 234)
– Elke werkelijkheid waarin zij ontbreekt is tweederangs.

Zin nomineren